Ik slaap wat onrustig. M’n maag is ook niet zeker van alles wat het van de afgelopen dag heeft te verteren. Maar het gaat goed en ik hou alles keurig binnen!!!

Smorgens, het moet de geit zijn, heb ik zin om de berg te beklimmen. Het is een pittige wandeling.

Maar de beloning is weer formidabel en de uitzichten fenomenaal.

Op de terugweg naar beneden zie ik de vrachtwagens vertrekken. Mooi, dan ga ik ook rijden.

Beneden aan de berg staat Manar me alweer op te wachten. Ze nodigt me opnieuw uit Jak thee te komen drinken. Dit keer bedank ik voor de eer. Neem warm afscheid van d’r. (geef haar m’n armbandje en beloof vanuit Nederland een kaartje te sturen)

Achteraf realiseer ik me dat het een Kazachstaanse familie betreft. Vanaf deze plek tot en met Olgii wonen vooral Kazakken. Hun Gers en kleding zijn duidelijk anders dan van de Mongolen.